Artikel

De lerende organisatie om armoede aan te pakken

Het televisieprogramma Steenrijk-Straatarm geeft een inkijkje in de soms pijnlijke verschillen van het besteedbaar inkomen van Nederlandse gezinnen. In 2015 nam het aantal huishoudens dat minimaal vier jaar lang onder de armoedegrens leeft met ruim 7 procent toe, tot 224.000. Daarmee is de armoede hardnekkiger geworden én gebleven. Deze ontwikkeling en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) waren de redenen voor voormalig Staatssecretaris Klijnsma om het Programma ‘Schouder Eronder’ te initiëren.

door Ilham Bouchlal

Vijf partners met één plan, namelijk een landelijk programma voor kennisontwikkeling, innovatie en professionalisering schuldhulp: ‘Schouders Eronder’. Het programma ondersteunt de gemeenten om hun schuldhulp kennisrijker, professioneler en vernieuwend te maken kortom vakmanschap in de praktijk bevorderen! ‘Schouders Eronder’ focust op een aantal pijlers te weten: Lerende Organisatie, Innovatie en Onderzoek, Kennis en Expertise en door in te zetten op Scholing. Dit artikel gaat nader in op de 1e pijler: Lerende Organisatie. Met deze pijler zijn we op dit moment in 16 regio’s actief aan de slag.

De verandering in de maatschappij is een steeds sneller iteratief proces, niet in de laatste plaats als gevolg van social media

Lerende Organisaties

De verandering in de maatschappij is een steeds sneller iteratief proces, niet in de laatste plaats als gevolg van social media. Tegelijkertijd breidt de verantwoordelijkheid van gemeenten in de diversiteit van burgers steeds verder uit. Het is voor gemeenten intensief om kennis over het werken met specifieke doelgroepen zoals ondernemers, jongeren, vluchtelingen, laaggeletterden, mensen met een lichte verstandelijke beperking en mensen die gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg up-to-date te houden. Dit betreft overigens niet alleen gemeenten, maar ook de overige partijen in de schuld- hulpverleningsketen.

De term ‘lerende organisatie’ is in de afgelopen jaren veelvuldig gebruikt om aan te geven dat organisaties zich in de huidige tijd van snelle technologische vernieuwingen van producten en sociale veranderingen, flexibeler en meer open maken, zodat men beter in staat is op externe ontwikkelingen te reageren en te anticiperen. Een lerende organisatie streeft ernaar bekwaam te zijn én te blijven. Met andere woorden: een lerende organisatie is een organisatie die in staat is zich permanent te verbeteren, te vernieuwen en te ontwikkelen. Concreet betekent dit dat schuldhulpverleners en andere professionals binnen het werkveld de ruimte krijgen en nemen om zich aan te passen en te bekwamen aan de veranderende eisen. Deze ruimte moet er zijn in tijd, maar ook in ondersteunende voorzieningen zodat leren van elkaar en nieuwe kennis opdoen eenvoudig in het werkproces opgaat. Lerende organisaties bestaan niet alleen op het niveau van uitvoering. Naast lerende werk- nemers is het ook belangrijk dat organisaties van elkaar leren door zich met elkaar te vergelijken via benchmarken op hard- en soft control key performance indicators (KPI’s). KPI’s zijn kerngetallen. Ze worden gebruikt als instrument om de prestaties van een organisatie te kunnen monitoren met als doelstelling deze te verbeteren.

De lerende organisatie om armoede aan te pakken

Een KPI wordt gebruikt om te monitoren of de prestaties van de organisatie in lijn liggen met een gestelde doelstelling(en) of om te vergelijken met andere organisatie. Bijvoorbeeld op ‘harde’ indicatoren als het aantal huishoudens dat leeft onder de armoedegrens of ‘softe’ indicatoren zoals tevredenheidsmetingen. Daarnaast kunnen organisaties via ‘best practice’ van elkaar leren, het zogenaamde benchlearnen. Bijvoorbeeld welke gemeente heeft haar ketenoverleg het beste ingericht. Andere gemeenten kunnen hiervan leren en deze opzet kopiëren. Binnen de pijler Lerende Organisaties ondersteunt het programma ‘Schouders Eronder’ deze vorm van ‘van elkaar leren’. Zo wordt er een nationale benchmark ontwikkeld.

Het streven is dat gemeenten lokale gangmakers ervaren als een cadeautje dat de gemeente alleen maar hoeft uit te pakken

Lokale gangmakers

Het programma is erop gericht om van de schuldhulpverlening meer lerende organisaties te maken. Dat proces komt niet zomaar op gang. Daarom zet het programma lokale gangmakers in. Deze personen zijn plaatselijke aanjagers voor de lerende organisaties. Zij ondersteunen gemeenten en ketenpartners in de transitie naar lerende organisaties. Lokale gangmakers zijn sociale ondernemers die lokaal binnen de pilot regio’s actief zijn en met hoofd en hart geworteld zijn in de participerende gemeenten. Zij kennen als geen ander de regio en de onderliggende sentimenten binnen de regio. De opdracht van de lokale gangmaker is het verbinden van de partners uit de schuldhulpverleningsketen en stimuleren van de samenwerking tussen de gemeenten en overige ketenpartners met als doel draagvlak creëren voor gezamenlijke uitgangs- en ontwikkelpunten. Vanuit deze punten kan er een ontwikkelagenda samengesteld worden vanuit waar de punten opgepakt kunnen worden. Schuldhulp kan én moet effectiever. Om dat te kunnen moeten partijen van elkaar weten waar zij mee bezig zijn. Daarbij kunnen ze aan de hand van de ontwikkelagenda toetsen of hun individuele initiatieven elkaar versterken in plaats van tegenwerken. Bovendien geeft de ontwikkelagenda inzicht in de vooruitgang die wordt geboekt en maakt het dat iedereen dezelfde doelen nastreeft.

De principes van een lerende organisatie gelden niet alleen voor medewerkers binnen de schuldhulpketen, maar uiteraard ook voor de lokale gangmakers. Door de landelijke dekking en diversiteit in lokale gangmakers en de verschillende initiatieven binnen de participerende gemeenten kunnen lokale gangmakers van elkaar blijven leren en elkaar helpen. Dit wordt door het programma gefaciliteerd door o.a. kennis te delen op bijeenkomsten, forums etc.. Het streven is dat gemeenten lokale gangmakers ervaren als een cadeautje dat de gemeente alleen maar hoeft uit te pakken. Additionele kracht en kennis waar de gemeente zonder extra kosten gebruik van kan maken. Zo is in de gemeente ‘De Stichtse Vecht’ de gangmaker vol enthousiasme ontvangen. Ze nemen het onderwerp schuldhulpverlening erg serieus en hebben hiervoor ook capaciteit vanuit de gemeente vrijgemaakt. De belangrijkste doelen voor het komende jaar zijn vroegsignalering en een drastische afname van het aan- tal aangezegde ontruimingen. ‘We willen er zo vroeg bij zijn dat het aantal aangezegde ontruimingen inzake huurachterstand in onze gemeente op nul komt te staan’ zo zegt Anne van der Kaaden, beleids- en kwaliteitsmedewerker schuldhulpverlening. ‘Die ambitie hebben we en daar moet iedereen in de hele keten een slag harder voor gaan lopen, anders leren denken en ook buiten de gebaande kaders durven gaan’. De gangmaker pakt hier zijn rol door de gemeente en de ketenpartners te verbinden en hen te helpen hun doelen te bereiken. Hij doet dit door overal het gesprek aan te gaan, partijen inzicht te geven in de samenwerking in de keten, knelpunten bespreekbaar te maken en gezamenlijke doelen en kan- sen voorop te stellen.

Verbinden in een polariserende maatschappij wordt alleen maar belangrijker. Ieder persoon uit de schuldhulpverlening telt! Om de woorden van Winston Churchill aan te halen ‘succes is het vermogen om keer op keer te falen zonder het enthousiasme te verliezen.’ Uiteindelijk leidde dit tot een structureel resultaat. Ik wil graag iedere gemeente uitnodigen om te participeren en haar bijdrage te leveren aan deze maatschappelijke doelstelling. De lokale gangmaker staat al klaar voor het extra enthousiasme!

Dit artikel is eerder verschenen in Tijdschrift schuldsanering nr. 2018/1