Lerende organisatie

In een ‘lerende organisatie’ krijgen hulpverleners de ruimte om zich aan te passen aan een wereld die voortdurend verandert door zich te scholen, te blijven ontwikkelen en eigen initiatief te nemen.

Organisaties kunnen van elkaar leren door zich met elkaar te vergelijken. Dit kan via benchmarken en benchlearnen: door gegevens uit de uitvoeringspraktijk uit te wisselen (bijv. over in- en uitstroom van klanten) en het gesprek over de achterliggende aanpak te voeren, kunnen organisaties goede werkwijzen van elkaar overnemen. Benchlearning is bedoeld om te leren van elkaar.

Uitwisseling tussen gemeenten wordt gestimuleerd door o.a. lokale gangmakers en benchlearning.

Alle gemeenten doen mee

Om uiteindelijk overal lerende organisaties te realiseren, gaat er eerst een pilot van start bij 15 gemeenten. De bedoeling is dat voor het einde van 2018 in ieder geval 100 gemeenten aan het professionaliseringsprogramma gecommiteerd zijn. Door de groep elk jaar met 95 gemeenten uit te breiden, doen binnen een paar jaar alle gemeenten mee aan het programma. In de deelnemende gemeenten worden ‘lokale gangmakers’ aangesteld. Deze lokale gangmaker is goed bekend met de lokale keten, kan goed schakelen tussen de verschillende niveaus en is invloedrijk.

Lokale gangmakers

Zoals een tourwinnaar niet zonder hazen kan die hem op weg naar de finish helpen, kan een sprintende gemeente op weg naar de best mogelijke schuldhulpverlening niet zonder lokale gangmakers. Het zijn deze aanjagers die ervoor zorgen dat de hele organisatie meeprofessionaliseert naar een hulpverlening waarbij zoveel mogelijk mensen met schulden gebaat zijn. Om als ‘lerende organisaties’ te weten wat ze bereiken en hoe effectief ze werken, wordt de effectiviteit gemeten zodat gemeenten onderling beter hun resultaten met elkaar kunnen vergelijken.

Onderzoek, kennisuitwisseling, blijven leren

Schouders eronder gaat kennisuitwisseling en samenwerkingen tussen verschillende organisaties stimuleren. Dat vraagt om lerende organisaties die hun dienstverlening steeds aanpassen aan de veranderende omgeving. En het vraagt om lokale gangmakers die de kennis en kunde van de verschillende samenwerkingspartners verbinden en versterken.

Wetenschappelijke kennis wordt vertaald naar de praktijk en andersom. Het programma legt de focus op kennis over gedrag en gedragsbeïnvloeding. Met hogescholen wordt een post-initiële ingangsopleiding ontwikkeld; het curriculum wordt herzien, bijscholing volgt.

Ook komt er een onderzoeksagenda in samenwerking met hogescholen en universiteiten. Daarbij is er veel aandacht voor het toepassen van goed werkende interventies in de praktijk.

Effectieve werkwijzen

Effectieve werkwijzen, inspirerende voorbeelden en unieke samenwerkingsverbanden krijgen een podium binnen het programma en worden landelijk gedeeld. ‘Schouders eronder’ zal de schuldhulpverleningssector ondersteunen bij het gebruik van slimme methodes, onder andere door de ontwikkeling van toolkits, zelfscans en apps en door het stimuleren van benchlearning.

Ambitieus

‘Schouders eronder’ gaat aansluiten bij bestaande programma’s en projecten. Met dit ambitieuze programma geven de vijf initiatiefnemers concrete invulling aan de belofte die zij in hun pamflet ‘Naar een betere aanpak van Schulden en Armoede’ hebben gedaan, en aan de toezegging van de staatsecretaris van SZW aan de Tweede Kamer. Dit alles komt voort uit de evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Rijksverantwoordelijkheid

In het pamflet hebben de vijf partijen ook een oproep gedaan aan het kabinet. Het Rijk is aan zet: dit programma kan niet zonder een basis van stevige verbeteringen op (macro-)terreinen van incassobevoegdheden, toeslagen, arbeidsmarkt en inkomensvoorziening. Ook hiervoor blijven de vijf partijen aandacht vragen.