Verslag Stedenestafette Noord-oost Twente

Verslag Stedenestafette Noord-oost Twente

Overerving van armoede

Op donderdag 14 juli kwamen bijna 300 mensen bij elkaar in Oldenzaal voor de Stedenestafette over armoede en schulden. Het thema van deze bijeenkomst was ‘overerving van armoede’.

Werken vanuit het hart

‘Werken in de schuldhulpverlening is niet gewoon een baan’, zei Carla Boerrigter van Impuls Oldenzaal. ‘Alle hulpverleners werken vanuit hun hart. En het gaat ons aan het hart dat we vaak te laat zijn. Mensen melden zich pas als de schuld al is opgelopen tot zo’n 30.000 euro. We signaleren het ook te laat. Daarom pleiten we ervoor om altijd bij de mensen thuis langs te gaan. Achter de voordeur kun je beter signaleren, zie je hoe mensen leven. Deze dag draait om verhalen en ervaringen, dus grijp vandaag je kans om hun verhaal te horen!’

Rollenspel

De dag zat vol met verhalen. Roos Heuff en Ilse van Kemenade van Wilde Kastanje deden een rollenspel met de zaal. Ilse en Roos speelden afwisselend de rol van moeder, zoon, dochter, schooldirecteur en buren van een gezin in armoede. Hulpverleners mochten een gesprek voeren met moeder Lea om armoede bespreekbaar te maken.

Er waren workshops over laaggeletterdheid van generatie op generatie, motiverende  gespreksvoering en het betrekken van jongeren bij armoedebeleid. 

Opgroeien in armoede

En er was het verhaal van Eline, die zelf opgroeide in armoede. Eline is pas 27 maar heeft in haar jonge leven al veel meegemaakt.  ‘Opgroeien in armoede betekent veel meer dan geen geld hebben’ zegt Eline. ‘Het zorgt ervoor dat kinderen in een sociaal isolement terecht komen. Want als er geen geld is voor een verjaardagscadeautje zal een kind dat niet snel zeggen maar een smoesje verzinnen. En als je altijd ‘nee’ zegt word je na verloop van tijd niet meer uitgenodigd. Niet op een sport kunnen, nooit mee met uitjes: het is niet goed voor je sociale vaardigheden.’

Luisteren naar de verhalen

In Oldenzaal luisteren ruim 300 mensen in de zaal naar de verhalen over generatiearmoede. Zeven van deze mensen vertellen over hun eigen ervaringen en ambities met schuldhulpverlening.

Lees de interviews met Monique de Groote (ervaringsdeskundige), Sharita Nandpersad (schuldhulpverlener bij Minuplus), Kirsti Leussink (Aveleijn), Robin Schoemaker (woningbouwverening Domijn), Mariska Jogems, Mendy Versteeg en Carla Boerrigter (coördinatoren armoede & schulden).

Stedenestafette

De Stedenestafette bestaat uit een reeks bijeenkomsten waar gemeenten innovatieve aanpakken van schulden en armoede met elkaar delen. Door het stokje door te geven kunnen gemeenten elkaar inspireren om schuldhulpverlening te verbeteren. De Stedenestafette is een initiatief van Schouders Eronder, het samenwerkingsverband van 5 landelijke partijen: VNG, Sociaal Werk Nederland, NVVK, Landelijke Cliëntenraad en Divosa. De reeks wordt gesubsidieerd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Verslag Stedenestafette Noord-oost Twente

‘Ik herken het struisvogelgedrag waardoor je schulden blijft maken of minder hard aflost’

Monique de Groote, ervaringsdeskundige

Meer schuldhulpverlening op maat, daarvoor pleit ervaringsdeskundige Monique de Groote. Zelf heeft ze ruim tien jaar te maken met schulden en is ze sinds enkele jaren vrijwilliger bij Sociaal Team Impuls Oldenzaal, Humanitas-Impuls Formulierenservice en FNV Belastingservice. Het bieden van een luisterend oor en anderen op weg kunnen helpen, geeft haar voldoening maar spiegelt ook. ,,Ik herken het struisvogelgedrag waardoor je schulden blijft maken of minder hard aflost, daar zouden schuldhulpverleners veel meer op kunnen inzetten. Bij jong en oud.”

,,Al wist ik heel goed hoe mijn financiën eruit zagen, toch gaf ik geld uit dat er eigenlijk niet was”, gaat De Groote terug in de tijd. ,,Dat deed ik uit een soort impulsiviteit van ‘ik wil toch ook mee kunnen doen’ en ‘mijn dochter moet dat toch ook krijgen’. De uitgaven kunnen niet en toch doe je het. Door het vrijwilligerswerk ben ik erachter gekomen dat ik dezelfde struisvogelpolitiek hanteerde als andere mensen met schulden.” Het inzicht bracht haar bij een cursus waar ze de redenen van haar gedrag achterhaalde. ,,Ik wilde mijn negatieve gevoelens uitschakelen door geld uit te geven, maar voelde me daarna alleen maar rotter. Ik heb geleerd beter om te gaan met mijn gevoelens.”

Overlevingsmodus

De combinatie van ziekte, arbeidsongeschiktheid en een scheiding brachten De Groote tien jaar geleden in de schulden. ,,De verkoop van het huis na mijn scheiding leverde een leuk geldbedrag op en tegelijkertijd stond ik in de overlevingsstand door de ziekte. Het kon misschien mijn laatste jaar zijn waardoor ik gemakkelijk geld uitgaf.” Het vooruitzicht om uit de schulden te komen is er, al spelen altijd onzekerheden parten zoals het veranderen van het co-ouderschap en eventuele juridische stappen met bijbehorende kosten.

Wat doen schulden met haar? ,,Door de financiële stress kan ik de ene dag er boos om zijn dat het voor een deel mijn eigen schuld is en de volgende dag meer gelaten omdat ik er voorlopig niets aan kan doen. Elke maand maak ik een overzicht en weet ik dat er niet één verkeerde of noodzakelijke uitgave moet zijn om verder in de knoei te komen. Je staat in de overlevingsmodus. Als ik bijvoorbeeld een gratis etentje heb en alleen de drankjes betaald hoeven te worden, kan ik me van tevoren zorgen maken of iedereen wel zijn eigen drankrekening betaalt. De een drinkt namelijk harder dan de ander.”

Monique de Groote, ervaringsdeskundige en vrijwilliger bij Sociaal Team Impuls Oldenzaal, Humanitas-Impuls Formulierenservice en FNV Belastingservice

Boodschappentas vol papieren

Wanneer ze anderen vrijwillig helpt met het invullen van formulieren, ziet ze mensen binnenkomen met een grote boodschappentas vol papieren omdat ze niet weten wat er nodig is voor bijvoorbeeld de belastingaangifte. ,,Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de financiële administratie op orde te krijgen en bij te houden”, adviseert ze. ,,Zorg dat je weet wat er binnenkomt en wat er uitgaat. Ik zie mensen van alle leeftijden die daar geen idee van hebben. Juist bij jongeren vind ik het zorgelijk dat het ze zo gemakkelijk wordt gemaakt om schulden te maken. En het ontbreekt aan voorlichting wat schulden precies betekenen.”

Hulpverleners hoopt ze op een congres als in Oldenzaal bewust te maken dat de hulp anders moet en anders kán. ,,Zorg voor meer maatwerk en meer compassie voor mensen die in armoede leven. Elk gezin is anders met andere uitgaven.” En mocht De Groote later nog eens namens GroenLinks Oldenzaal in de gemeenteraad terecht komen, dan zou ze nog meer willen betekenen voor deze doelgroep. ,,Het is een beetje een utopie”, omschrijft ze haar wens met glinsterende ogen, ,,maar ik zou graag zien dat een voedselbank een voedselwinkel wordt waar mensen zelf kunnen bepalen wat ze eten. Het is heel fijn dat de voedselbank er is, maar je wordt nu gedwongen om producten te eten die niet altijd gezond zijn. Dat kan beter.”

Verslag Stedenestafette Noord-oost Twente

´Werkgevers vinden het moeilijk naar de financiële situatie van hun medewerkers te vragen´

Sharita Nandpersad, MinusPlus Schulddienstverlening

Maar liefst zo’n tachtig procent van de werkgevers heeft te maken met financiële problemen van hun medewerkers, maar weet vaak niet goed om te gaan met de situatie. Na jarenlang in de schuldhulpverlening te hebben gewerkt, besloot Sharita Nandpersad haar eigen bedrijf MinusPlus op te richten waarmee ze zich specifiek op werknemers met financiële problemen richt. Samen met mensen op zoek gaan naar een oplossing die buiten de gebaande paden ligt en pas stoppen als het probleem structureel opgelost is, dát is de kracht van de energieke oprichtster van Minusplus.

Signalen

Een hoog ziekteverzuim, verzoeken om een voorschot van het salaris of zelfs diefstal en fraude op de werkvloer. Het zijn allemaal signalen dat een medewerker met financiële problemen kampt. ,,Mensen kunnen letterlijk ziek raken van schulden”, weet Nandpersad. ,,Maar al te vaak wordt er gedacht dat alleen minima financiële problemen hebben, maar het komt in alle lagen van de samenleving voor en daarbij is een relatiebreuk nog steeds oorzaak nummer één.”

Nadat Nandpersad jarenlang voor de Stadsbank werkte, merkte ze dat ze meer persoonlijke begeleiding en maatwerk voor cliënten miste waardoor een schuldhulpverleningstraject niet altijd slaagde. Toen steeds meer werkgevers haar benaderden om werknemers met een jarenlange schuld weer financieel fit te krijgen, besloot ze in 2011 MinusPlus op te richten.

Sharita Nandpersad

Sharita Nandpersad, oprichtster van MinusPlus Schulddienstverlening

Loonbeslag

Nandpersad: ,,Veel werkgevers zitten met de handen in het haar omdat ze niet weten waar ze naartoe moeten als een medewerker financiële problemen heeft. Ik word pas vaak benaderd op het moment dat er loonbeslag wordt gelegd. Signalen worden niet eerder herkend en als werkgevers iets vermoeden vinden ze het moeilijk om naar de financiële situatie te vragen. Ik adviseer werkgevers om daar niet tijdens het jaarlijkse functioneringsgesprek naar te vragen, want dan gaat iemand dat echt niet noemen omdat hij zijn baan niet kwijt wil. Maar probeer er tijdens live events als een bruiloft, verhuizing, scheiding of komst van een kind op een luchtige manier over in gesprek te gaan.

Zodra haar hulp wordt ingeschakeld, is het eerste wat Nandpersad doet het creëren van rust voor de werknemer. En daar kan een eerste gesprek bij de werknemer thuis al genoeg voor zijn. ,,Iemand weet dan dat hij er niet alleen voor staat en met al zijn vragen bij mij terecht kan. We gaan op zoek naar een passende en blijvende oplossing, maar daarbij verwacht ik wel volle medewerking. Ik ga aan de slag met een werkboek en mensen moeten doelen stellen. Ik doe het namelijk niet alleen voor ze, ze moeten er zelf ook iets van leren. Daarbij hoort bijvoorbeeld budgetcoaching, maar in sommige gevallen ook de zoektocht naar een geschikte bewindvoerder uit de eigen omgeving. ,,Ik laat niets aan het toeval over”, licht ze haar werkwijze toe. ,,Als iemand dusdanig ziek is van zijn financiële situatie, is de kleinste vraag teveel en schrijf ik bijvoorbeeld alle schuldeisers aan.”

Verder kijken

Naast het oplossen van de financiële problemen kijkt ze wat er nog meer nodig is om ervoor te zorgen dat iemand weer lekker in zijn vel zit. Kunnen kinderen bijvoorbeeld van bepaalde sportvoorzieningen gebruik maken? ,,En als iemand op een betonnen vloer leeft, dan kijk ik welke mogelijkheden er zijn om in ieder geval vloerbedekking te regelen.” Door mensen niet naar kantoor te laten komen, maar ze thuis op te zoeken, krijgt ze een kijkje in een maar al te vaak schrijnende werkelijkheid. ,,Ik zit regelmatig bij mensen thuis met de gordijnen dicht, het licht uit en een deurbel die onklaar is gemaakt. Mensen zitten thuis in angst voor de deurwaarder dat die de boel leeg komt halen. Werkgevers komen bij mij met de meest moeilijke dossiers van mensen die soms wel vijftien jaar in de financiële problemen zitten.”

Wat doet Nandpersad wat een gemeente of Stadsbank niet kan? ,,Maatwerk kost meer tijd en energie en daar is in de reguliere schuldhulpverlening geen budget voor. Het valt me op dat in schuldhulpverleningsland altijd alles precies volgens de regeltjes moet en dat was juist hetgeen waar ik niet tegen kon. Had iemand bijvoorbeeld voor de zoveelste keer niet de juiste stukken aangeleverd, dan werd de hulp stopgezet en volgde een sanctie en terugval. Ik ga naar de mensen thuis toe en zorg dat ik alle informatie krijg die ik nodig heb om iemand echt te helpen. Ik ga pas weg als het opgelost en iemand zich beter voelt en zich weer kan focussen op het werk en de dingen die er echt toe doen.”

Verslag Stedenestafette Noord-oost Twente

‘Pas als een huis een thuis is, kan iemand verder’

Robin Schoemaker, projectmanager woningcorporatie Domijn

Werd er vroeger bij een huurbetalingsachterstand nog het onderscheid gemaakt tussen niet-kunners en niet-willers, ondertussen weet Robin Schoemaker, projectmanager bij woningcorporatie Domijn, beter. ,,De niet-willers bestaan helemaal niet. Ik ga ervanuit dat iedereen geholpen wil worden.” En een huis dat als een thuis voelt, is daarbij ontzettend belangrijk, want alleen dan kan iemand verder. De sleutel daarvoor? Persoonlijk contact en – vooral na dit congres in Oldenzaal – de durf om veel vaker de ‘moeilijke vraag’ te stellen.  

Met zo’n 15.000  huishoudens in Enschede, Losser en Haaksbergen, heeft Domijn in zo’n vijf procent van de gevallen te maken met een betalingsachterstand. Werd er voorheen een brief gestuurd die vaak ongeopend op de stapel belandde, tegenwoordig gaat er bij één maand niet betalen direct iemand van de woningcorporatie bij de huurder langs. Niet om het bevel te geven ‘je moet betalen’, wel met de vraag ‘wat is er aan de hand’?

,,Als je die laatste vraag goed stelt, dan vinden mensen het fijn dat je er bent, want schaamte maakt het moeilijk om zelf contact te zoeken ”, ervaart Schoemaker. Doordat huurders iemand voor zich zien, is de bereidheid om de volgende maand wel weer te betalen groter dan wanneer een brief namens een institutie binnenkomt, als die brief tenminste al gelezen wordt. ,,Mensen willen wel betalen, maar er is zoveel meer aan de hand. We dreigen niet met een deurwaarder, maar proberen een betalingsregeling te treffen om ervoor te zorgen dat de huur de eerstvolgende keer wel weer betaald wordt.”

Een achterstand van één keer 450 euro is met een regeling namelijk nog wel te overzien. Denkt iemand echter de volgende maandhuur ook niet voor elkaar te krijgen, dan schakelt Domijn partners zoals de wijkcoaches in. En ook daarbij werkt de persoonlijke aanpak het beste. Schoemaker: ,,We noemen niet de instantie, maar stellen bijvoorbeeld voor om een huurder kennis te laten maken met Marianne van het wijkteam.”

Robin Schoemaker

Robin Schoemaker, projectmanager woningcorporatie Domijn

Financieel gezien is de woningcorporatie erbij gebaat om mensen in hun woning te laten blijven, maar veel belangrijker vindt Schoemaker nog de maatschappelijke taak die een woningcorporatie heeft. Uithuisplaatsing vergroot het mensenleed, helemaal als er kinderen bij komen kijken. ,,Aan ons de taak om een huis een thuis te laten zijn. Als het huis goed op orde is, is er rust en ruimte om verder te gaan. Of een huis nu groot of klein, duur of goedkoop is, een grote voortuin heeft of driehoog achter is: het is het waard om je er thuis te voelen. Dat doen we door bewoners te vragen naar wat het tot een thuis maakt. En wat kunnen mensen dan zelf doen en wat kan de woningcorporatie doen om ervoor te zorgen dat het bijvoorbeeld schoon en veilig is?"

Durf de moeilijke vraag te stellen

Zijn huurders altijd bereid om over hun problemen te vertellen als iemand van Domijn voor de deur staat? ,,Lang niet altijd”, klinkt het resoluut. In de praktijk reageren mensen vaak ontwijkend en dan is het de kunst om door te vragen en de moeilijke vraag te stellen die niemand durft te stellen: ‘Ik heb het idee dat je moeilijk rond kunt komen, klopt dat?’. En dat is doodeng, want je bemoeit je ergens mee.” Heeft Schoemaker zelf wel eens zo’n lastige vraag durven stellen? ,,Toen ik nog bij wijkvernieuwing zat hoorde ik een vrouw tegen haar moeder over de bijstand vertellen en dat ze niet kon werken omdat ze geen oppas voor haar zoontje had”, herinnert hij zich. ,,Ik stelde haar de vraag wat ze als klein meisje wilde worden waarop ze met glinsterende ogen zei ‘kapster!’. ‘Wat let je’, vroeg ik haar, ‘misschien wil je moeder wel op je zoontje passen’. Ze schrok van wat ik zei en ik dacht alleen maar ‘ojee, waar bemoei ik me mee?’. Een halfjaar later kwam ik haar tegen en vertelde ze me trots dat ze aan de kappersopleiding was begonnen. Nou, dat is voor mij een van de mooiste successen: iets bij iemand kunnen raken waardoor diegene denkt ‘ik ga weer de regie over mijn eigen leven voeren’.

Waardigheid teruggeven

Nóg meer tijd voor persoonlijk contact zou wenselijk zijn, antwoordt Schoemaker als hem naar een verbeterpunt wordt gevraagd. ,,Uiteindelijk gaat het om een stukje waardigheid aan mensen teruggeven. En waardigheid heeft te maken met het zelf over dingen kunnen beslissen, het gevoel hebben ertoe te doen en gezien te worden om wie je bent en niet om de problemen die je hebt. Zijn wij – iedereen die mensen met schuld en armoede wil helpen – bereid om niet naar de problemen te kijken, maar naar de waardigheid van de mensen die er achter zit?”

Verslag Stedenestafette Noord-oost Twente

‘Pesten ligt op de loer als kinderen om financiële redenen niet mee kunnen doen’

Kirsti Leussink, begeleider Aveleijn

Je tiende verjaardag niet kunnen vieren omdat er thuis geen geld voor een cadeautje en gebakje is. In Nederland leeft maar liefst één op de negen kinderen in armoede. Aan gezinsbegeleider Kirsti Leussink van Aveleijn de uitdaging om gezinnen met weinig financiële middelen te helpen mee te doen in de maatschappij. Ook als een gezin met vier kinderen van honderd euro in de week moet zien rond te komen.

Juist bij kinderen is een grote zorgvuldigheid geboden vanwege hun grotere kwetsbaarheid, ervaart Leussink. ,,Je wilt tot de kern van het probleem komen, maar wel met enige voorzichtigheid. Dat betekent dat je bijvoorbeeld samen een activiteit gaat ondernemen, en tijdens de activiteit voer je het gesprek. Doordat de nadruk op de activiteit ligt en niet op het gesprek kun je armoede makkelijker bespreekbaar maken. Voor kinderen is dat net zo moeilijk als voor de ouders, want ze willen niet uit de toon vallen.”

Kirsti Leussink, senior begeleider Aveleijn bij gezinnen en ambulante cliënten

Om verschillende redenen draait Leussink als begeleider mee in gezinnen waarin armoede vaak een rol speelt. Per gezin adviseert ze over de regelingen die er mogelijk zijn en bekijkt ze van welke voorzieningen gebruik gemaakt kan worden. Bijvoorbeeld de voedselbank, de verjaardagsbox en Stichting Leergeld. ,,Met de voorzieningen worden gezinnen een stukje geholpen, maar vaak is de hulp niet genoeg. In de gemeente Losser staat armoede hoog in het vaandel en kijken we samen waar een steentje bijgedragen kan worden. Er zijn allerlei financiële regelingen en andere ondersteuningsmogelijkheden, maar in de praktijk blijkt vaak dat mensen daar geen gebruik van maken. Daar gaan we nu ook wat aan doen binnen de gemeente. We vinden het heel belangrijk dat mensen mee kunnen doen aan maatschappelijke activiteiten, om te voorkomen dat ze in een sociaal isolement raken en de problemen daardoor alleen maar toenemen.”

Leussink ziet met eigen ogen hoe belangrijk dat is. ,,Ik kom bijvoorbeeld bij een gezin met vier kinderen dat moet leven van honderd euro per week. Dat is heel moeilijk en deze ouders kunnen hun kinderen weinig bieden. Wat bijvoorbeeld nog heel welkom zou zijn, is een cadeautjesbank waar een jarig kind zelf een cadeautje kan uitkiezen.” Dit gezin maakt al wel gebruik van de verjaardagbox waar ook een klein cadeautje in zit, versiering en traktatie voor op school.

Laag zelfbeeld

De gevolgen van opgroeien in armoede liegen er niet om. Wie vanwege financiële redenen niet mee kan doen, heeft later vaker last van gezondheidsproblemen en gevoelens van eenzaamheid, behaalt lagere onderwijsprestaties en heeft meer kans om later zelf in een armoedesituatie terecht te komen of in de criminaliteit te belanden”, aldus Stichting Leergeld. Dat opgroeien in armoede weerslag heeft op het welbevinden van kinderen, ervaart ook Leussink. ,,Kinderen willen niet onder doen voor elkaar als het bijvoorbeeld gaat om merkkleding en spullen als een telefoon. Pesten ligt op de loer als kinderen niet met de rest mee kunnen doen en daarnaast ook een laag zelfbeeld. Vooral in de puberteit wordt het kind zich bewuster van de armoede en juist dan is het belangrijk om hierover gesprekken te voeren. Samen met de ouders proberen we uit te leggen hoe het komt dat het gezin in armoede leeft, en dat de ouders er hard aan werken om de situatie te veranderen. Het kind krijgt dan meer begrip voor de situatie. En dat geeft meer rust in het gezin.”

Openheid

Wanneer het niet goed gaat met kinderen tast Leussink bij de ouders af hoe de opvoeding verloopt. ,,Vindt een moeder het bijvoorbeeld moeilijk om grenzen aan te geven? Laatst kwam een kind met andere buurtkinderen een ijsje bij zijn moeder halen. Niet één keer, maar wel drie keer. Op dat moment vraag ik de moeder ‘ze hebben toch al een ijsje gehad?’ en gaan we het gesprek aan hoe je dat gedrag begrenst en ervoor zorgt dat je rond komt met de middelen die je hebt. Dat kan ook met één ijsje.” Het bespreekbaar maken van dilemma’s zonder met de vinger te wijzen, maar met een uitgestoken hand om te helpen, kan moeilijk zijn. ,,Dit congres leerde me om nog beter te verwoorden hoe je moeilijke onderwerpen bespreekbaar maakt zonder dat een cliënt zich daar vervelend bij voelt. Openheid en transparantie zijn daarbij heel belangrijk. Draai er niet om heen, maar wees to the point. Houd de gesprekken mét de cliënt en niet over de cliënt.”

Verslag Stedenestafette Noord-oost Twente

‘Geef schuldhulpverleners ruimte voor de menselijke maat’

Carla Boerrigter, Mariska Jogems en Mendy Versteeg, coördinatoren armoedepreventie

De barricade op om samen een vuist te maken tegen armoede, dat willen de drie strijdvaardige armoedecoördinatoren Carla Boerrigter (Oldenzaal), Mariska Jogems (Dinkelland en Tubbergen) en Mendy Versteeg (Losser) met hun samenwerking bereiken. Door hun werk ‘met de poten in de klei’ te doen, willen ze de hulp zo laagdrempelig mogelijk maken en aanspreekpunt voor alle partijen zijn om armoede tot verantwoordelijkheid van iedereen te maken. Of liever idealistischer nog: om armoede de gemeente uit te krijgen.

Mendy Versteeg (Losser), Mariska Jogems (Dinkelland en Tubbergen) en Carla Boerrigter (Oldenzaal)

Kom maer kiek’n

Sinds de gemeenten samenwerken, nu ruim een jaar, kan niemand hier nog om armoede heen. Elke maand is er wel een informatiebijeenkomst over bijvoorbeeld het hoe en wat van de voedselbank of Stadsbank waar vooral vrijwilligers op af komen. Boerrigter: ,,Vrijwilligers zijn de basis en juist de doelgroep waar we graag mee praten omdat ze zo dicht bij de mensen staan over wie het gaat.”

Wat heeft de samenwerking tot nu toe opgeleverd? ,,Ik word er helemaal wild enthousiast van nu ik begin te merken dat mensen steeds beter hulp weten te vinden en de schaamte eerder voorbij zijn”, reageert Versteeg opgetogen. ,,Doordat Carla ons uitnodigde ‘kom maer kiek’n in Oldenzaal’ hoeven wij het wiel niet opnieuw uit te vinden. Vroegsignaleren bij mensen thuis, het realiseren van één loket en het vereenvoudigen van de regels zijn zaken waar hard aan gewerkt wordt. Betreft de armoede een agrariër, dan wordt een zogeheten ‘erfcoach’ op pad gestuurd die de taal van de boer spreekt en wél het vertrouwen weet te winnen om het over armoede te hebben. 

‘Noaberschap’

Al zijn Twentenaren trots op hun ‘noaberschap’ (nabuurschap), de keerzijde van het omkijken naar de buur en de korte lijntjes is dat er snel een oordeel over armoede geveld is. ,,In de gemeente Tubbergen zorgde de komst van de voedselbank voor veel ophef . De gedachte is al snel ‘wij kennen hier toch geen armoede’, waardoor de drempel om van de voedselbank gebruik te maken alleen maar groter werd”, licht Jogems toe. ,,Mensen denken zo snel dat armoede iemands eigen schuld is want ‘kijk eens, hij komt wel met een auto naar de voedselbank, dus hij heeft het vast niet zo slecht’. Aan de gemeente de taak om ‘op de trom te slaan’ zodat iedereen medeverantwoordelijk voor armoede wordt. ,,Je hoeft de armoede van een ander niet op te lossen, maar kunt hem wel helpen de weg te wijzen naar de juiste hulp als je weet welke hulp er zoal is”, vervolgt Jogems. ,,Een goede buur is iemand die vraagt hoe het met je is. Twentenaren zijn niet zo recht voor hun raap. Op het congres van vandaag merk je dat we allemaal niet het beestje bij de naam durven te noemen. Durf gewoon te vragen of iemand geen geld voor het schoolreisje heeft en of hij daarbij geholpen kan worden.” ,,Hulpverleners zijn bang om het verkeerd te zien”, vult Boerrigter aan. ,, Durf gewoon te vragen of iemand in armoede zit. En als dat niet zo is, zeg je dat het fout hebt. Hoe erg is dat? Alsof je als hulpverlener geen mens mag zijn!”

Regelvrije ruimte

De drie pleiten voor meer regelvrije ruimte. ,,Geef bijstandsgerechtigden bijvoorbeeld de kans om in alle eerlijkheid iets bij te verdienen en houd als gemeente op met overal consequenties aan te verbinden zoals boetes die nooit betaald kunnen worden”, oppert Boerrigter. ,,Geef ruimte voor de menselijke maat.” Het congres in Oldenzaal heeft het drietal geïnspireerd om meer te gaan werken met ervaringsdeskundigen. Versteeg: ,,Zij kunnen vertellen wat armoede met iemand doet, zowel tegen de professional als de vrijwilliger. Hulpverleners draaien óf om de hete brij heen óf schieten vrij vlot in een oplossing, maar luister eerst eens. Ga als hulpverlener eens naast de mens in armoede staan.” De drie zouden graag één centraal punt willen realiseren waar alle signalen van alle partijen binnenkomen om schulden in een vroeg stadium te signaleren zoals energiemaatschappijen , woningbouwverenigingen en zorgverzekeraars. ,,Daarbij is het belangrijkste dat de overheid en de belastingdienst meewerken, anders gaan we het nooit redden om zo’n preventief programma op te zetten”, benadrukt Versteeg. Het liefst zouden ze armoede volledig uit hun gemeenten willen bannen, een ideaal dat ze nodig hebben om hun werk met passie uit te blijven oefenen. ,,De commerciële maatschappij maakt het alleen zo verleidelijk om schulden te maken, dat we dat nooit tegen kunnen houden”, relativeert Boerrigter. ,,Maar meer begrip en laagdrempeligere hulp voor mensen in armoede is wel mogelijk en daar kunnen gemeenten een steentje aan bijdragen. Vooral door samen op te trekken en te zien wat werkt.”

Colofon

Schouders eronder

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht

Tekstredactie

Evelien Engele
Ellen Mendelts

Fotografie

Annelies van ’t Hul

Versie

28 juni 2018